Renson vervangt zijn VxRail-omgeving door Dell APEX, een abonnement waarbij het West-Vlaamse bedrijf alleen betaalt voor de rekenkracht en opslag die het gebruikt. Aanleiding is de prijsverhoging die Broadcom doorvoerde voor VMware-licenties.
“We waren gestandaardiseerd op het Dell VxRail platform”, zegt Kurt Debersaques, Group IT Infrastructure Manager van Renson Group, tijdens de Bechtle Summit in Heusden-Zolder. “De problemen rond VMware en Broadcom zijn bekend: de licentieprijzen bleven stijgen en veranderde voortdurend.” Sinds de overname van VMware rekent Broadcom per core en komt daar voor vSAN een tarief per terabyte bovenop. “De kosten liepen hoog op, net toen onze VxRail-systemen het einde van hun levensduur bereikten.”
Debersaques werkt 25 jaar bij Renson, de West-Vlaamse producent van ventilatie, zonwering en outdoorsystemen, een familiebedrijf van meer dan honderd jaar oud. “Toen ik begon, hadden we een vijftigtal pc’s en één Novell-server, en veertien dagen internet in het bedrijf”, zegt hij. Vandaag telt het bedrijf zo’n 1.400 gebruikers en een paar honderd servers.
Factor vijf tot zeven
Renson moest niet alleen zijn verouderde hardware vervangen, maar kreeg tegelijk te maken met fors duurdere licenties. “Als een leverancier zijn prijzen met een factor vijf, zes of zeven verhoogt, wil je zo’n situatie niet opnieuw meemaken”, zegt Debersaques. “Daarom hebben we samen met Dell en Roy de alternatieven onderzocht.” Roy Vanden Boer werkt al bijna dertien jaar bij Bechtle en begeleidt Renson als klant.
Dell legde twee opties op tafel. De eerste was VxRail verlaten en terugkeren naar klassieke servers met PowerStore-opslag. De tweede was Dell Private Cloud, afgenomen via Dell APEX, het verbruiksmodel van de fabrikant. “Dat laat me toe om verder te werken met VMware maar als ik dat wil, kan ik op een bepaald moment overstappen naar een andere hypervisor, zoals Nutanix”, zegt Debersaques.
Dell APEX met vijftig procent commitment
Sander Puttemans, solution sales specialist voor het datacenterportfolio bij Dell Technologies, omschrijft Dell APEX als infrastructure-as-a-service die on-premises draait. Je betaalt per maand voor wat je verbruikt, zoals in de publieke cloud, op hardware die in je eigen datacenter staat. Bij Renson begon dat contract op vijftig procent. “We zetten honderd procent van de fysieke hardware op de vloer, die staat er en is klaar voor gebruik”, zegt Puttemans. Renson wordt vanaf de start voor vijftig procent aangerekend.

Groeit het verbruik, dan stijgt de factuur mee, en wie zijn commitment verhoogt, ziet de prijs per terabyte dalen. Afschalen onder het commitment kan niet. “Het moet een rendabel model blijven”, zegt Puttemans daarover. Hij hoort vaak de veronderstelling dat zo’n model duurder uitvalt dan een klassieke aankoop. “Je betaalt misschien wat meer voor de flexibiliteit, maar over de hele looptijd ligt de TCO lager dan bij een CapEx-investering.” De activa blijven eigendom van Dell, zoals bij een operationele leasing. De maandfactuur beweegt mee met het verbruik.
Debersaques ziet het grootste verschil met vroeger in de planning. “Vroeger keek je in de glazen bol: hoe groeien we de komende vijf jaar? Dan kocht je een systeem met die groei erbij, zodat het aan het einde van zijn levensduur nog presteerde. Komen er geen overnames en is er geen groei, dan heb je te veel hardware gekocht die je nooit gebruikt.”
Nu geldt het verbruik van het oude systeem als nulpunt. Komt er een overname met twee- à driehonderd gebruikers bij, dan schakelt hij capaciteit bij. Tijdelijk extra verbruik, zoals servers kopiëren voor een migratie naar een nieuw besturingssysteem, valt in een respijtperiode en wordt pas na een tijd aangerekend.
Volgens Roy Vanden Boer van Bechtle is flexibiliteit het belangrijkste zakelijke voordeel, zowel financieel als operationeel. “Je bepaalt vooraf hoeveel capaciteit je nodig hebt, kunt snel opschalen en vermijdt een grote investering vooraf. In economisch onzekere tijden is dat een belangrijk voordeel.”
Een familiebedrijf dat alles koopt
Voor Renson is een abonnement op infrastructuur een breuk met de gewoonte. “We zijn een familiebedrijf uit West-Vlaanderen, dus heel conservatief”, zegt Debersaques. “Alles wat we in het bedrijf hebben, is gekocht. Meer dan 150 bedrijfswagens, allemaal eigendom van Renson. We hebben nooit geleaset. Het APEX-verhaal was echt nieuw voor ons, een grote stap.”

Dat de directie toch tekende, komt door Broadcom. “Als bedrijf laten we ons niet graag met de rug tegen de muur zetten. Dat was de grootste trigger om de goedkeuring te krijgen”, zegt Debersaques. “Het bedrijf zei: dit mag ons geen tweede keer overkomen. Volgende keer moeten we flexibel genoeg zijn.” Hun blik op leveranciers is daardoor veranderd. “We kijken nu altijd of we gebonden zijn aan die partner, of dat we de vrijheid hebben om ergens anders heen te gaan. Daar hielden we vroeger veel minder rekening mee.”
Gebruikers merken niets
Van de migratie zelf merkten de 1.400 gebruikers niets, zegt Debersaques. “Ze vertrekken op vrijdag, komen maandag binnen, en het systeem is veranderd. Mijn CEO is blij, want alles liep vlot.” Hij noemt infrastructuur een nutsvoorziening. “Het is zoals water uit de kraan. Zolang het loopt, weet niemand wat de infrastructuurafdeling doet.”
Zijn belangrijkste advies aan collega-IT-managers gaat niet over techniek. “In infrastructuur ligt de nadruk te vaak op technologie. Bij AI zie je hetzelfde: het ene model na het andere. Toch brengen sterke partnerschappen en de mensen achter de technologie je uiteindelijk verder.”
Renson draait vandaag verder op VMware binnen Dell Private Cloud en betaalt de hardware eronder per verbruik. De overstap naar een andere hypervisor houdt Debersaques achter de hand als optie, zonder datum. De volgende prijsronde van Broadcom bepaalt of hij ze nodig heeft.

